Centrum Veilig Sport Nederland

Dit gaat over alles wat niet in de sport thuis hoort en dan vooral grensoverschrijdend gedrag hier onder valt :

De onderwerpen

Discriminatie

Als Centrum Veilige Sport Nederland staan we voor een inclusieve sport. Dat betekent dat iedereen mag meedoen en welkom is. Diversiteit, waarbij iedereen met passie voor sport zichzelf mag zijn, maakt de sport mooi. Discrimineren of uitsluiten is in Nederland bij wet verboden en strafbaar volgens artikel 1 van de Grondwet. Soms lijken vormen van discriminatie gewenst of zelfs noodzakelijk in de context van sport. Toch kan een betrokkene het als ongewenst of ongepast ervaren. De bekendste uitingen van discriminatie in de sport zijn spreekkoren tijdens wedstrijden. Vaak is discriminatie of uitsluiting minder expliciet en is het bijna onderdeel geworden van alledaagse omgangsvormen. Dat maakt dat we het niet meer als zodanig herkennen/erkennen in de sport.

Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. In de Nederlandse wet worden 11 discriminatiegronden beschreven: leeftijd, seksuele gerichtheid, godsdienst en levensovertuiging, etniciteit, geslacht (gender), nationaliteit, handicap of chronische ziekte, politieke overtuiging, burgerlijke staat, soort contract en arbeidsduur. 

Sport heeft door hoe we het organiseren een vorm van discriminatie of uitsluiting in zich. Dat geldt met name voor hoe we wedstrijden organiseren. Dat is niet altijd ongewenst of vermijdbaar. Voorbeelden hiervan zijn:

Wat ook gebeurt is: 

Meer informatie op NOC*NSF Inclusief sportenDiversiteitLHBT en Gender-Seksediversiteit en Meld discriminatie

Integriteit

Integriteit in de sport, en zeker als bestuurder, gaat over goed besturen. De Code Goed Sportbestuur geeft richtlijnen en afspraken die we als sport hiervoor onderling hebben gemaakt. Het gaat over het scheppen van de randvoorwaarden voor beleidsvoering, doelrealisatie en verantwoording aan betrokkenen. Goed sportbestuur is vooral ook het goede voorbeeld géven, het goede voorbeeld léven en anderen in staat stellen dit ook te doen.

Hoewel integriteit een “containerbegrip” dreigt te worden, hebben we voor de sport een aantal heldere afspraken gemaakt. De gedragsregels zijn leidend in de sport, naast dat wat er onder Nederlandse wetgeving en normen van fatsoen valt. Onder integriteit verstaan we het open, eerlijk en transparant je sport uitvoeren. Iets wat bij matchfixing of doping gebruik onder druk komt te staan. Grensoverschrijdend gedrag zoals seksuele intimidatie, machtsmisbruik of discriminatie vallen onder ongewenste omgangsvormen. We spreken dan van het schenden of overtreden van de gemaakte afspraken door bepaald gedrag te vertonen of juist na te laten. Een incident zal nooit helemaal zuiver één van de gedragingen bevatten. Bij het CVSN komen allerlei vragen over en meldingen van schendingen binnen.

Waar kun je alert op zijn;

Voorlichting (aankomende) topsporters

Deze voorlichting is een eerste kennismaking voor (aankomende) topsporters met integriteit in de sport. Om te beginnen komen de positieve waarden van sport aan de orde. Verder behandelt de sessie de belangrijkste regels, risico’s en tips rondom matchfixing, doping en grensoverschrijdend gedrag. Dit verkleint de kans dat sporters per ongeluk overtredingen begaan. Natuurlijk wordt hierbij uitgebreid aandacht besteed aan de vraag waar sporters (vertrouwelijke) gesprekspartners, hulp en meldpunten kunnen vinden. 

Intimidatie en machtsmisbruik

Macht is het vermogen om anderen te sturen in hun gedrag. In sommige gevallen zijn we het erover eens dat iemands gedrag gestuurd mag worden: denk bijvoorbeeld aan de politie die de wet handhaaft of aan een leraar voor de klas. Soms maken mensen echter misbruik van macht, bijvoorbeeld als zij het gedrag van anderen in een richting sturen die vooral voor henzelf beter uit komt. Of als ze anderen dingen laten doen die ze eigenlijk niet willen. In dat soort gevallen spreken we van machtsmisbruik.  

Intimidatie is iemands gedrag beïnvloeden door diegene angst aan te jagen. Intimidatie kan plaatsvinden door iemand in een machtspositie, richting iemand die minder of geen macht heeft. Denk hierbij aan een trainer die bepaalt of een speler wel of niet wordt opgesteld. Of een bestuurslid richting een trainer/coach, waarbij het bestuur bepaalt of het contract van de trainer/coach wordt verlengd.  

Kortom, machtsmisbruik en intimidatie komen voor wanneer er machtsongelijkheid is. Deze ongelijkheid is vaak aanwezig in de sport, maar hoeft geen probleem te zijn. 

Herkennen 

Wanneer iemand iets ervaart als machtsmisbruik of intimidatie verschilt per persoon. Voor de één kan iets intimiderend overkomen terwijl dit voor iemand anders niet zo hoeft te zijn. Het is belangrijk om je bewust te zijn van machtsrelaties binnen de sportcontext en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn. Hieronder staan een aantal situaties beschreven. Lees deze dilemma’s eens door: 

Herkennen 

Matchfixing

Matchfixing, ofwel wedstrijdvervalsing, is een grote bedreiging voor de sport. Matchfixing kan bijvoorbeeld gaan over het wedden op de eigen wedstrijd waardoor je de uitslag kunt beïnvloeden, of geld aannemen om een fout te maken. Ook een afspraak maken met de tegenstanders of inzage in medische gegevens en blessures wordt gezien als matchfixing. Vaak gaat het om gokgerelateerde matchfixing, waarbij er bijvoorbeeld internationaal ingezet kan worden op wie de eerste rode kaart krijgt, vanaf welke corner wordt ingegooid en wat het aantal geslagen uitballen wordt. Let zelf op met het sluiten van weddenschappen op je regionale wedstrijduitslagen.

Wij vinden matchfixing in strijd met een open, eerlijke en transparante sport voor iedereen. Het is belangrijk om onze (top)sporters en hun begeleiders te beschermen tegen fixers en het vertrouwen in de sport te beschermen. 

NOC*NSF heeft een blauwdruk voor tuchtregels om matchfixing en gokken tegen te gaan. Het is voor jou als sporter van belang om deze regels goed te kennen, zodat ze kunnen voorkomen dat je in de problemen raakt. Weet waar je aan toe bent én waar je het kunt melden als je benaderd wordt. Let (ook) op je eigen veiligheid: je kunt je bezighouden met criminele activiteiten. De regels rondom matchfixing kunnen overigens internationaal verschillen.

Laat duidelijk weten dat matchfixing in jouw sportclub niet wordt geaccepteerd. Maak het onderwerp regelmatig bespreekbaar tussen sporters en coaches, en wijs hen op de volgende regels:

Met de Code betrouwbaar spel & sponsoring, opgesteld door de KNVB, ECV, CED en NOC*NSF, voorkom je dat sponsors invloed hebben op de wedstrijd. De code heeft drie uitgangspunten: een sportief wedstrijdverloop, geen belangenverstrengeling, bescherming van jonge sporters.

Monitoring en signalering

Vanaf juli 2016 is NOC*NSF als eerste NOC toegetreden tot het Integrity Betting Intelligence System (IBIS) van het IOC. Hiermee krijgen NOC*NSF en de bij haar aangesloten sportbonden toegang tot een netwerk van gegevens, zoals verdachte gokbewegingen en andere signalen die kunnen duiden op matchfixing en illegale weddenschappen van sporters op hun eigen competities. Signalen vanuit het systeem komen binnen bij het Team Integrity & Governance van NOC*NSF. Die bespreekt eventuele signalen met een contactpersoon bij het Openbaar Ministerie (OM). Op basis van dit gesprek wordt bekijken zij of ze het signaal ook direct kunnen delen met sportbonden. Afhankelijk van het signaal kan het OM of de sportbond een onderzoek starten. Sportbonden kunnen hierbij gebruikmaken van de onderzoekscommissie die hiervoor is opgericht bij het Instituut voor Sportrechtspraak.

Kijk voor uitgebreide informatie op NOC*NSF Matchfixing

Pesten

Als sport staan we voor samen spelen en voor leren van elkaar. Pesten hoort daar niet bij. Pesten betreft alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel/herhalend karakter. Daarbij proberen één of meerdere personen een ander fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. De andere persoon kan zich niet verdedigen tegen dit gedrag. Pestgedrag kan heel duidelijk zijn, bijvoorbeeld als iemand specifiek wordt buitengesloten of beledigd, maar het kan ook heel subtiel zijn. Een keer je materiaal in de prullenbak terugvinden kan grappig zijn, maar iedere week alles uit de prullenbak moeten halen, is niet meer leuk.

Een relatief nieuwe manier van pesten is het online pesten, zoals op sociale media. Denk bijvoorbeeld aan iemand die wordt uitgesloten van WhatsApp-groepen of die ongewenst seksueel getinte foto’s krijgt toegestuurd. Pesten in teams heeft vaak ook te maken met groepsdynamiek. Het is daarom belangrijk dat trainers de pedagogische vaardigheden hebben om dit gedrag te herkennen. 

Pesten, discriminatie en/of belediging wordt bedreigen als de andere persoon er bang van wordt en er dus een gevoel van onveiligheid ontstaat. Aan bedreiging hoeft echter niet altijd stelselmatig pesten, discriminatie of belediging vooraf te gaan. Pesten is niet strafbaar voor de Nederlandse wet, bedreigen is dat wél. In het sporttuchtrecht zijn er soms mogelijkheden om pesten wél te bestraffen. 

Als er op jouw vereniging mogelijk sprake is van een pestsituatie, is het belangrijk om hier direct en adequaat op te handelen. Elke pestsituatie is anders en kun je dus anders aanpakken. Toch biedt het onderstaande Stappenplan Pesten houvast als je er niet uitkomt of als je twijfelt of je overal aan hebt gedacht. Maak pesten als gedrag regelmatig bespreekbaar en wees alert op de signalen. Ook de Stichting Omgaan met Pesten biedt overigens verenigingsondersteuning aan via projecten. 

Seksuele intimidatie en misbruik

De afgelopen jaren is er door de sport veel aandacht besteed aan het voorkómen van seksuele intimidatie en machtsmisbruik. Naar aanleiding van meerdere ernstige meldingen werd er uitgebreid onderzoek gedaan naar misstanden in de sport. Mede hierdoor zijn er aanpassingen gedaan in het sporttuchtrecht. Zo is de verjaring vervallen, is er een meldplicht ingevoerd, worden meldingen beter gerapporteerd en opgevolgd, en wordt er regelmatig media-aandacht gevraagd. We hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om een veilige en positieve sportomgeving te creëren en om te handelen als het misgaat.

Je hebt het recht om nee te zeggen als het gedrag van een ander je een vervelend gevoel geeft. Ook als dat een volwassen persoon is, een medesporter of een coach: het is niet ok! Praat erover met je ouders, vrienden, het bestuur van je vereniging, je trainer, de VCP. Of neem contact met ons op. Zoek je hulpverlening? Dan helpen we je graag verder in ons sportnetwerk. 

Is er sprake van intimidatie of misbruik?

Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding), dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast. Dit in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

Incidenten en meldingen in de sport rondom seksuele intimidatie variëren van verbale intimidatie (seksuele dingen roepen naar iemand) en niet-functionele of ongewilde aanrakingen (masseren waar het niet nodig is bij een blessure) tot aanranding, verkrachting en langdurig seksueel misbruik. Bij ‘grooming’ gaat het over langdurige trajecten waarbij kinderen bevriend raken met een volwassene, waarna er op een moment misbruik plaatsvindt. De laatste jaren zijn ook het filmen van misbruik en eventueel delen van het materiaal op sociale media vaak onderdeel van een incident. Deze infographic geeft je als slachtoffer informatie over de mogelijkheden en oplossingen als jou dit overkomt. 

Een hand die te laag gaat bij het afschermen tijdens handbal, het beetpakken van een borst bij het opvangen tijdens het turnen, filmen in de kleedkamer, foto’s maken onder een hockeyrokje, een trainer die je uitnodigt om bij hem thuis te logeren, massage op een plek die ongepast is; er zijn helaas veel voorbeelden van misdragingen in de sport. Deze komen voor tussen coach en pupil, maar nog vaker tussen sporters onderling. Uit onderzoek blijkt ook dat sporters kwetsbaarder worden als ze bijvoorbeeld op een hoger niveau gaan sporten, topsporter zijn, een vorm van beperking hebben of sterk afhankelijk zijn van één persoon voor hun carrière. 

Belang meldplicht en onderzoek

Het objectief kunnen onderzoeken van meldingen en signalen is bij seksuele incidenten heel belangrijk. Als bestuurder van een vereniging is het goed je te realiseren dat dit gevoelig kan liggen of zelfs strafrechtelijke bewijslast betreft. Heb jij te maken met signalen die wijzen op incidenten? Dan is het fijn om gebruik te kunnen maken van het Centrum Veilige Sport voor overleg en advies. NOC*NSF onderstreept het belang van de meldplicht voor bestuurders en begeleiders om vermoedens van seksuele intimidatie te melden aan de eigen sportbond of het Centrum Veilige Sport. Zorg ervoor dat de meldplicht bekend is bij alle bestuurders en bij de begeleiders binnen de vereniging. In deze Infographic voor bestuurders staan korte handvatten over het melden van een incident en hoe dat proces in zijn werk gaat. Het melden van een incident door de bestuurder ontslaat hem/haar niet van correct afhandelen van het incident. De melding wordt in het landelijk Case Management Systeem van de sport opgeslagen. 

Het goed afhandelen van een melding vraagt om vaardigheid en kennis van tuchtrechtprocessen. Zo kan het voorkomen dat het bestuur een melder of een beschuldigde moet spreken over een incident. We noemen dat hoor- en wederhoor. Er kan onrust ontstaan door geruchten. Het is dan aan het bestuur om de communicatie in goede banen te leiden en daar verstandig mee om te gaan. Bespreek het incident met je sportbond of met ons om zo de juiste stappen te kunnen zetten. Zodra de politie bij een zaak betrokken is, zijn zij leidend in handelen en communicatie. Vanuit het Centrum Veilige Sport hebben wij nauw contact met de landelijke zedenafdelingen. 

Bij een aanranding of verkrachting verwijs je meteen naar de politie en het Centrum Seksueel Geweld. De eerste zorg is om het slachtoffer veiligheid en medische begeleiding te bieden.

Doping, drugs & alcohol

Bij verboden middelengebruik in de sport wordt als eerste aan doping gedacht. Het gebruik daarvan vinden we onsportief gedrag. Wat doping betreft is heel duidelijk wat wel en wat niet mag. Dat is internationaal vastgelegd en wordt in Nederland bewaakt door de Doping Autoriteit. Binnen de sport kunnen ook middelen gebruikt worden die niet onder doping vallen, of worden verboden middelen gebruikt door sporters die niet onder controle staan. Denk dan bijvoorbeeld aan hard- of softdrugs, partydrugs, spierversterkende middelen of alcohol. Het gebruik hiervan kan niet alleen schadelijk zijn voor de betreffende persoon, maar kan ook onrust op de vereniging veroorzaken. Maak je je zorgen over een sporter, maak het dan samen bespreekbaar. Uiteindelijk willen we toch gezonder worden van sport? 

Alcohol

De derde helft is natuurlijk heel gezellig, maar het kan ook uit de hand lopen. Een feest waarbij een dronken voorzitter sporters lastigvalt, een medesporter die zijn grenzen niet meer kent, een sporter die onderweg naar huis aangeschoten van de fiets valt … we herkennen deze situaties allemaal.
Hoe ga je verantwoord om met het schenken van alcohol in de kantine? Uiteraard schenkt niemand alcohol aan sporters onder de 18 jaar in zijn kantine. Kijk hier voor meer informatie en maak de e-learning over alcohol in de kantine.

Drugs en verboden middelen

Wat vindt de vereniging van “recreatief drugsgebruik” door teams die samen gaan stappen in het weekend? Samen blowen om relaxt aan de wedstrijd te beginnen? Uitdelen van een party drug in de kleedkamer? Heeft het gedogen daarvan effect op de reputatie van de vereniging?

Het kan flink misgaan als mensen onder invloed zijn. Ieder jaar krijgt het CVSN meldingen over middelengebruik bij verenigingen. Het gaat dan om gebruik van cocaïne, het doorverkopen van wiet of het gezamenlijk gebruik van XTC. Wees open over dit gedrag en maak duidelijke afspraken, zoals geen drugs tijdens trainingen en wedstrijden. Bezit en verhandelen van verboden middelen wordt niet toegestaan op de vereniging. Als trainer/coach en bestuurder geef je uiteraard zelf het goede voorbeeld. Houd je hierbij aan de Nederlandse wetgeving, en maak heldere afspraken over middelen die onder de wetgeving gedoogd worden, maar niet wenselijk zijn op de vereniging. Daarbij is een aantal soorten drugs ook opgenomen op de WADA anti-doping lijst. 

Antidopingbeleid

Bij de Nederlandse sportieve ambities om bij de beste tien landen van de wereld te behoren, hoort een effectief en efficiënt antidopingbeleid. Dat beleid is gericht op het tegengaan van gebruik en verstrekking van en handel in dopinggeduide middelen. Het gebruik van doping of andere verboden middelen vinden we in strijd met een open, eerlijke en transparante sport voor iedereen. Voor topsporters gelden internationale afspraken en vastgestelde reglementen waarvan zij van op de hoogte moeten zijn. In het geval van breedtesport kan het daarbij ook gaan om bijvoorbeeld drugsgebruik of het toedienen van medicatie zonder toezicht van een arts.

We streven naar een dopingvrije sport om drie redenen:

Als (top)sporter kun je het volgende doen op het gebied van antidoping:

Bestuurders en trainers die met sporters werken die in de verleiding kunnen komen, zouden zich goed moeten inlezen op de verschillende reglementen en vereisten. Wees je ervan bewust dat antidopingcontroles niet alleen voor topatleten gelden; ook op regionaal niveau wordt al gecontroleerd. 

Wie kan een melding doen: Iedereen kan een melder zijn: sporters, ouders, omstanders, bestuursleden, trainers, coaches, begeleiders, barmedewerkers, artsen, schoonmakers, etc.

Waar kan ik naar toe met mijn melding: De sportvereniging ,De sportbond ,Centrum Veilige Sport Nederland ,Voor meldingen kun je rechtstreeks terecht bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) ,

Buiten de sport

Melden buiten de sport kan bij de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast kun je verschillende hulpverleners vertrouwelijk benaderen. Voorbeelden zijn het Centrum Seksueel Geweld, de huisarts, de GGD, Slachtofferhulp NederlandVeilig Thuis en Fier. Vanuit NOC*NSF zijn er met deze partijen afspraken gemaakt en is er jaarlijks overleg.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van https://centrumveiligesport.nl/

Groepslessen

WoensdagJeugdgym18.30 – 19.15
  19.15 – 20.00
  
Donderdag Pilates 19.00 – 20.00

Meer informatie? > Check het rooster!

Contact

Salto Witteveen

Mr. Harm Smeengeweg 29

9439 PA Witteveen

06-52546979

[email protected]